Sinds zijn pensionering zet hij zich in voor twee verenigingen die worden gedreven door sterke menselijke waarden.
De eerste, Hôpi-Clown, organiseert clownvoorstellingen in kinderziekenhuizen. Daar verandert hij in ‘Bill’, de clown met de rode neus. Met zijn magische koffer, zijn ballonnen, zijn goocheltrucs, zijn verhalen en zijn liedjes gaat hij van kamer naar kamer om zieke kinderen en hun families een hart onder de riem te steken.